BLOG

Mijn probleem met ‘functionele training’

Updated: Jun 11, 2019

Sportieve blogger: Eddy Idrizovic | Strength & Conditioning Coach | www.profectperformance.nl


Regelmatig zie ik op mijn social media feed filmpjes voorbijkomen van bezwete atleten die parcours van bosuballen, ladders en boxen afleggen terwijl ze aan alle kanten vastgeketend zijn aan elastieken, alles in de naam van ‘functioneel trainen’. De trainers die deze parcours uitzetten presenteren zich als echte sportgoeroes en beweren precies te weten hoe ze de sporter beter kunnen maken in hun sport. Deze manier van trainen speelt goed in op het feit dat sporters en sportcoaches van balsporten zoals handbal, voetbal, volleybal en basketbal vaak bang zijn voor zware gewichten en denken dat een training zinloos is als de sporter niet uitgeput raakt. Er heerst een idee dat omdat de sport een duurkarakter heeft, maximale kracht niet belangrijk is en er meer getraind moet worden met lichte gewichten, veel herhalingen en complexe oefeningen. Dit komt voort uit de overtuiging dat het belangrijk is om de bewegingen van de sport zo goed mogelijk na te doen, want dan is de sporter ‘functioneel’ aan het trainen. Ik zou een heel artikel kunnen schrijven over waarom ik de term ‘functioneel’ nietszeggend vind, maar in dit stuk ga ik het vooral hebben over de gevolgen van allerlei aannames over ‘functionele training’ op de fysieke training in de sport. Ik werk in dit stuk vier aannames uit die ik vaker tegenkom bij sporters/trainers die in mijn ogen doorslaan in hun zoektocht naar ‘functionaliteit’.


We moeten beginnen bij de term ‘functioneel’ zelf, want wat wordt er eigenlijk mee bedoeld? De woordenboekdefinitie is ‘de selectie van oefeningen die gericht is op het verbeteren van dagelijkse activiteiten’. Hier ontstaat al enigszins een probleem, aangezien je voor de meeste oefeningen/trainingsvormen een punt zou kunnen maken dat ze op een manier bijdragen aan het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Ik denk dat bodybuilders over het algemeen geen moeite hebben met het uitvoeren van dagelijkse activiteiten, behalve misschien door deuropeningen lopen, ook al zullen de meeste mensen deze manier van training niet ‘functioneel’ noemen. In de sportwereld wordt de term vooral gebruikt om aan te geven dat iemand doelgericht aan het trainen is om beter te worden in een bepaalde sportactiviteit. Het onderscheid ontstaat dus vooral in het doel dat met de training behaald wenst te worden en het begrip vormt denk ik voor de meeste mensen een soort scheiding tussen trainen voor esthetiek en trainen voor prestatie/fitheid. Voor sommige trainers/sporters leidt dit tot de aanname dat de prestatie op het sportveld alleen verbeterd wordt als de oefeningen in de sportschool zo veel mogelijk lijken op de bewegingen in de sport, want dan ben je ‘functioneel’ aan het trainen.


Aanname 1: Reactievermogen trainen in de sportschool zorgt direct voor verbetering van reactievermogen in de wedstrijd

Het trainen van reactievermogen in de sportschool komt denk ik voort uit idee dat we tijdens de fysieke training dicht bij de sport zelf moeten blijven. De gedachte is dan dat we situaties uit de sport moeten nabootsen waarin de sporter moet reageren op een bepaalde stimulus voordat hij een actie onderneemt. Een standaard oefening die ik vaak zie is dat de trainer een tennisbal de lucht in gooit en de sporter dan zo snel mogelijk moet reageren om de bal op tijd te vangen. Maar als we graag zo specifiek mogelijk willen trainen is er geen reden om de sportschool in te gaan, simpelweg de sport zelf uitvoeren blijft altijd het meest specifiek. Door de sportschool in te stappen erkennen we dat het blijkbaar een meerwaarde heeft om de sporters een andere prikkel te geven, dus waarom dan toch de sport proberen na te doen door in reactiespellen op tennisballen te jagen? Het doel van reactievermogen trainen is dat de sporter sneller perceptuele informatie (waarneming) uit zijn omgeving leert verwerken en aan de hand daarvan leert beslissen welke actie er ondernomen moet worden. Om een goede beslissing te maken moet een handbalspeler bijvoorbeeld in zeer korte tijd kunnen verwerken wat zijn eigen positie op het veld is, hoe de dekking staat, wat de positie van de keeper is, wat de posities van zijn teamgenoten zijn en aan de hand daarvan voorspellen wat er gaat gebeuren en beslissen wat hij zelf gaat doen. Dat is een hele andere taak dan reageren op je trainer die een tennisbal de lucht in gooit. Ook als je een simpelere situatie kiest waarbij een verdediger moet reageren op de aanvaller die voor hem staat, is de verwerking van perceptuele informatie compleet anders dan bij het reageren op de tennisbal. Motor learning onderzoeken laten zien dat reactievermogen specifiek is voor de taak die je uitvoert1,12, dus de beste manier om het perceptuele aspect van agility te verbeteren is waarschijnlijk de specifieke situaties nadoen op de sporttraining. Dit is ook waarschijnlijk de reden dat reactievermogen in een test waarbij er op lampjes gereageerd moet worden niet iets zegt over reactievermogen in een wedstrijd12. Omdat reactievermogen zo specifiek is voor de taak die je uitvoert ben je dan vooral aan het testen wie er beter op lampjes kan reageren. Tijdens de fysieke trainingen moeten we niet zo bezig zijn met ‘functionaliteit’ dat we de sport op een inefficiënte manier na gaan doen. We moeten juist de fundering leggen voor de sportspecifieke taken die tijdens de sporttraining worden uitgevoerd. Een onderdeel van agility waar tijdens de fysieke training aan gewerkt kan worden is de richtingsverandering1, aangezien deze voor een groot deel afhankelijk is van hoe effectief sporters krachten op kunnen vangen2. Vervolgens is er goede samenwerking nodig met de sportcoach om te zorgen dat het verbeterd vermogen om van richting te veranderen uitgebouwd wordt met specifieke taken tijdens de sporttraining, zoals een verdediger passeren.

Ik wil hiermee niet zeggen dat posities en bewegingen uit de sport nooit nagedaan moeten worden. Het punt is vooral dat je niet zo makkelijk aan kan nemen dat een oefening je beter maakt in de wedstrijd omdat het, soort van, lijkt op de sport.


Aanname 2: Als duurvermogen belangrijk is bij een sport, moet er getraind worden met veel herhalingen en lage gewichten

Er wordt vaak gedacht dat acties die meerdere malen in een wedstrijd voorkomen tot uitputting moeten worden getraind in de sportschool. Maar laten we kijken naar het doel dat we willen behalen en de adaptaties die bepaalde training veroorzaakt. Voor een handballer is het bijvoorbeeld gunstig om veel kracht te kunnen leveren op het moment dat je als verdediger de aanvaller moet tegenhouden. Als we de situatie versimpeld bekijken, wordt zo een duel gewonnen door de speler die in een korte tijd meer kracht kan leveren. Het is dus gunstiger om kort een hoge kracht te kunnen leveren dan voor een lange tijd een hele lage kracht te leveren. Om een hogere kracht te kunnen leveren is trainen met lage herhalingen en hoog gewicht effectiever6. Voor de meeste sporters kan het zelfs gunstig zijn om vooruit te gaan in de maximale kracht zonder veel spiermassa aan te zetten, omdat er een sterk verband bestaat tussen relatieve kracht (maximale kracht ten opzichte van lichaamsmassa) en sprint/sprongvermogen3. Krachttraining met hoog gewicht en lage herhalingen lijkt hier wederom meer geschikt voor te zijn6. Hetzelfde kunnen we zeggen over de sprong. De sporter moet meerdere malen in de wedstrijd springen, maar het doel bij elke actie is wel om één keer zo hoog mogelijk te springen en niet om veel lage sprongen achter elkaar te kunnen maken. Aangezien de power output tijdens de sprongtraining afneemt als er meer herhalingen worden gedaan, is trainen met weinig herhalingen effectiever bij trainen voor spronghoogte4,5. Dit betekent niet dat uithoudingsvermogen onbelangrijk is en ook niet dat er nooit met hoge herhalingen getraind moet worden, alleen dat het duidelijk moet zijn wat we met elke soort training willen bereiken.


Aanname 3: Oefeningen moeten (op uiterlijk vlak) lijken op de sportbeweging

Er wordt ook vaak vanuit gegaan dat een oefening moet lijken op de sporttaak om bij te dragen aan de prestatie. De Nordic curl is een redelijk geïsoleerde oefening voor de hamstrings en lijkt in eerste instantie niet op een beweging in de sport. Toch zijn er meerdere onderzoeken waaruit blijkt dat deze oefening kan zorgen voor het verkleinen van de kans op blessures7,8 en het verbeteren van de sprinttijd9. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de functie van de hamstrings tijdens het sprinten. Oefeningen die in eerste instantie dus aan de buitenkant niet helemaal lijken op een beweging in de sport kunnen wel degelijk bijdragen aan het verbeteren van de prestatie.


Aanname 4: Oefeningen die de stabiliteit meer uitdagen zijn beter

Ook krijg ik vaak het idee dat oefeningen die de stabiliteit uitdagen als ‘functioneler’ worden gezien, wat dat ook mag betekenen*. Dit kan er toe kan leiden dat mensen zware squats gaan uitvoeren op een instabiele ondergrond. Hoewel het trainen op een instabiele ondergrond in sommige situaties nut kan hebben vanuit het perspectief van motor learning/revalidatie/proprioceptietraining (overigens niet altijd even evidence-based), maakt het niet direct een oefening beter of ‘functioneler’. Een squat uitvoeren op een bosubal lijkt mij dan ook niet de meest veilige en efficiënte manier om te werken aan je maximale kracht, wat wel een belangrijk onderdeel is van de meeste fysieke trainingen voor sport3.

*Oefeningen in termen van ‘beter’ of ‘functioneler’ met elkaar vergelijken heeft wat mij betreft weinig nut, aangezien elke oefening voor andere adaptaties zorgt en er niet één oefening is die je beter maakt in alles. Voor sporters die weinig ervaring hebben met krachttraining biedt de squat een goede basis voor prestatieverbetering, maar hoe gevorderder de sporter wordt in de oefening, hoe minder winst er waarschijnlijk uit behaald wordt10. Een minder diepe uitvoering van de squat leidt bijvoorbeeld bij gevorderde atleten tot meer verbetering van de sprong dan de diepe squat5. Dit komt waarschijnlijk door een hogere overeenkomst in de hoeken van de gewrichten bij de start van de sprong. Is de minder diepe squat dan een betere oefening voor sporters? Dat is lastig te zeggen, het onderzoek concludeert dat de diepte van de squat alleen uitmaakt bij gevorderde atleten5 en bovendien is spronghoogte niet het enige dat de prestatie bepaalt. De diepe squat zorgt dan weer voor meer spiergroei ten opzichte van de minder diepe squat11. De twee oefeningen kunnen dus een andere functie hebben binnen hetzelfde programma en we kunnen niet zeggen dat de ene oefening beter is dan de andere. Er moet gekeken worden naar wat een individuele sporter nodig heeft en op basis daarvan een keuze maken.

Er is een reden dat we een onderscheid hebben tussen sporttrainingen en fysieke trainingen, dus we moeten niet doorslaan in onze jacht naar ‘functionaliteit’. De obsessie met functioneel trainen kan leiden tot rare situaties, waarbij de sport op een hele inefficiënte manier wordt nagedaan in de sportschool, ironisch genoeg zonder bewijs dat het de prestatie gaat verbeteren. We kunnen niet aan de hand van uiterlijke kenmerken concluderen of een oefening bijdraagt aan de prestatie, er moet gekeken worden naar de adaptaties die de manier van trainen tot stand brengt aan de hand van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. Simpelweg een oefening uitvoeren op een toren van bosuballen maakt de oefening niet beter. Oefeningen direct met elkaar vergelijken is lastig en heeft weinig nut, aangezien er niet één oefening is die overal voor geschikt is. Het beste wat we kunnen doen is specifieke doelen formuleren en aan de hand van de wetenschap en gezond verstand uitzoeken hoe we de doelen gaan behalen. De sporter heeft niet meer van hetzelfde nodig, maar juist een aanvulling van wat de sporttraining niet kan bieden.


  1. Young, W., & Farrow, D. (2006). A review of agility: Practical applications for strength and conditioning. Strength and conditioning journal, 28(5), 24.

  2. de Hoyo, M., Sañudo, B., Carrasco, L., Mateo-Cortes, J., Domínguez-Cobo, S., Fernandes, O. & Gonzalo-Skok, O. (2016). Effects of 10-week eccentric overload training on kinetic parameters during change of direction in football players. Journal of sports sciences, 34(14), 1380-1387.

  3. Wisløff, U., Castagna, C., Helgerud, J., Jones, R., & Hoff, J. (2004). Strong correlation of maximal squat strength with sprint performance and vertical jump height in elite soccer players. British journal of sports medicine, 38(3), 285-288.

  4. Baker, D. G., & Newton, R. U. (2007). Change in power output across a high-repetition set of bench throws and jump squats in highly trained athletes. Journal of strength and conditioning research, 21(4), 1007.

  5. Kraemer, W. J., & Ratamess, N. A. (2004). Fundamentals of resistance training: progression and exercise prescription. Medicine & Science in Sports & Exercise, 36(4), 674-688.

  6. Campos, G. E., Luecke, T. J., Wendeln, H. K., Toma, K., Hagerman, F. C., Murray, T. F., ... & Staron, R. S. (2002). Muscular adaptations in response to three different resistance-training regimens: specificity of repetition maximum training zones. European journal of applied physiology, 88(1-2), 50-60.

  7. van der Horst, N., Smits, D. W., Petersen, J., Goedhart, E. A., & Backx, F. J. (2015). The preventive effect of the nordic hamstring exercise on hamstring injuries in amateur soccer players: a randomized controlled trial. The American journal of sports medicine, 43(6), 1316-1323.

  8. Petersen, J., Thorborg, K., Nielsen, M. B., Budtz-Jørgensen, E., & Hölmich, P. (2011). Preventive effect of eccentric training on acute hamstring injuries in men’s soccer: a cluster-randomized controlled trial. The American journal of sports medicine, 39(11), 2296-2303.

  9. Ishøi, L., Hölmich, P., Aagaard, P., Thorborg, K., Bandholm, T., & Serner, A. (2018). Effects of the Nordic Hamstring exercise on sprint capacity in male football players: a randomized controlled trial. Journal of sports sciences, 36(14), 1663-1672.

  10. Baker, D. (1996). Improving vertical jump performance through general, special, and specific strength training. Journal of strength and Conditioning Research, 10, 131-136.

  11. Bloomquist, K., Langberg, H., Karlsen, S., Madsgaard, S., Boesen, M., & Raastad, T. (2013). Effect of range of motion in heavy load squatting on muscle and tendon adaptations. European journal of applied physiology, 113(8), 2133-2142.

  12. Young, W., & Farrow, D. (2013). The importance of a sport-specific stimulus for training agility. Strength & Conditioning Journal, 35(2), 39-43.

BLOG TIP!

Heb je de blog van Luigi BIanchi al gelezen

Hij ontrafelt de feiten en fabels rondom sportvoeding

0 views

Volg onze atleten

Wij juichen (paralympische) atleten toe die bijzondere sportprestaties hebben als doel. Een doel met focus die zo'n inspirerende impact heeft dat het anderen motiveert het beste uit zichzelf te halen 

sport in jouw provincie

Op onze website vind je alles rondom het ontdekken van jouw passende sportactiviteit, maar ook om het sporten zo goed mogelijk en blessure vrij te kunnen doen.

Kies jouw Sport PRODUCT en dienst

Wij hebben een breed aanbod aan producten en diensten die jou helpen de beste (sport) versie te worden. Kies uit ons brede assortiment voor een gezond en sportief leven.

Lees onze Sportieve BLOG

Geschreven voor en door sporters om jou te inspireren om in beweging te komen. Sporten verandert je leven. 

Logo Sportief in Nederland.png

INSPIRATIE IS ONZE GROOTSTE MOTIVATOR

Wij zetten ons in voor deze top atleten!

Veerle Goossens

Lizzy de Greef

Sander Nooij

Shanice Silva Cruz

Volg onze atleten

Wij juichen (paralympische) atleten toe die bijzondere sportprestaties hebben als doel. Een doel met focus die zo'n inspirerende impact heeft dat het anderen motiveert het beste uit zichzelf te halen 

sport in jouw provincie

Op onze website vind je alles rondom het ontdekken van jouw passende sportactiviteit, maar ook om het sporten zo goed mogelijk en blessure vrij te kunnen doen.

Kies jouw Sport PRODUCT en dienst

Wij hebben een breed aanbod aan producten en diensten die jou helpen de beste (sport) versie te worden. Kies uit ons brede assortiment voor een gezond en sportief leven.

Lees onze Sportieve BLOG

Geschreven voor en door sporters om jou te inspireren om in beweging te komen. Sporten verandert je leven. 

Stichting Sportief in Nederland

Social Media

Wil je als eerste op de hoogte zijn van het laatste nieuws en de nieuwste blogs vól inspiratie voor een energieker, gezonder en sportiever leven? Wil je onze atleten op de voet volgen, zodat jij met je neus er bovenop zit als zij GOUD in handen krijgen? 

Onze Atleten

Wij juichen (paralympische) atleten toe die bijzondere sportprestaties hebben als doel. Een doel met focus die zo'n inspirerende impact heeft dat het anderen motiveert het beste uit zichzelf te halen.

Diverse onderwerpen

Onze website staat boordevol vacatures, blogs, maar ook  stellen wij als team Sportief in Nederland ons graag aan je voor.

Ons adres

Stichting Sportief in Nederland

Onderdeel van 
AED EVENEMENTEN GROUP

Rattinkstraatje 2 7413AJ Deventer

KvK 65589246

info@sportiefinnederland.nl

Bank: NL75 INGB 0007 9963 20

2019 © Sportief in Nederland. Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden |  Logo: Freepik

Den Haag | Nederland